mountainbike.be
16/07/2007
Toertochten

TT Merville (Fra) - 14/07/2007 (A la source de la Lys)

Op zoek naar de bron van de Leie. Gisteren nog in de rapte even gekeken waar er kon gereden worden op zaterdag. In Vlaanderen was er bijna niets te doen en de rit in Asse die we vorig jaar deden had een stuk bos moeten inleveren na problemen met de boswachter deze winter. Op vtt5962.com nog een rit gevonden op de quatorze juillet in Merville. De kaart even bekeken en daar in de buurt een bosje gevonden.

Op zoek naar de bron van de Leie. Gisteren nog in de rapte even gekeken waar er kon gereden worden op zaterdag. In Vlaanderen was er bijna niets te doen en de rit in Asse die we vorig jaar deden had een stuk bos moeten inleveren na problemen met de boswachter deze winter. Op vtt5962.com nog een rit gevonden op de quatorze juillet in Merville. De kaart even bekeken en daar in de buurt een bosje gevonden.

Met een beetje geluk zouden we daar toch nog een beetje mogen spelen. Vertrokken op goed geluk aangezien de GPS kuren had en 300 meter voor de afrit het ding "in gang" gekregen. Nog een beetje moeten omrijden aangezien de Franse nationale feestdag overal kiosken en rommelmarkten in de straten had getoverd. Tegen een uur of negen vertrokken we voor de 60 kilometer.

Eerst weer eventjes wennen aan de pijltjes op de grond gespoten met de spuitbus, maar dat ging snel. Naar goede traditie gingen we een volle 100 meter op asfalt en dan langs de Lys - de Leie. We waren nog geen 500 meter ver en hadden al 20 bikers ingehaald. Waren we gek aan het doen of waren ze echt traag? Er was geen tijd voor filosofische ontboezemingen, want daar gingen we na een volle kilometer asfalt het bos in. Le forÍt domaniale de Nieppe. De naam klinkt koninklijk, maar het leek eigenlijk gewoon op het kasteelbos van Ingelmunster. Zelfde soort bomen, zelfde soort lage begroeiing en eigenlijk ook het pad deed ons aan Ingelmunster denken. Net aan de rand van het bos, waardoor je telkens tussen de bomen ziet dat je eigenlijk slechts aan de rand van het bos aan het rijden bent. De eerste weggetjes langs de Leie waren kurkdroog, de wegeltjes in het bos leken op Ingelmunster in het putje van de winter. Dit was een parcours waarvoor je gerust je muds kon gebruiken.

In tegenstelling tot het Kasteelbos in Ingelmunster, was deze track toch 8-9 kilometer lang. Tweehonderd meter asfalt, een dreef met grind en daar gingen we weer voor nog een tiental kilometer bos. Tegen de tijd dat we daar weer uitreden waren we al twee keer gestopt om de modder te verwijderen van de kritieke plaatsen van onze bike: derailleurs, remmen en niet te vergeten de spatten op de brilleglazen. Dit zou duidelijk een ritje zijn voor de Steenbakkers, want de klei was van uitstekende kwaliteit. Op het kaartje in de Salle des FÍtes hadden we gezien dat de eerste bevoorrading in de buurt van een kerkje was. Daar zagen we links een kerktoren. We vlogen over asfalt en ik dacht al dat dit een lang stuk was: meer dan 3 kilometer asfalt is niet echt normaal in het noorden van Frankrijk. Net op tijd zagen we het pijltje en daar gingen we we off-road richting de toren. De laatste kilometer was verdorie dan nog bergop. Toen we bovenkwamen draaiden we links en direct terug naar beneden. Ik maakte de opmerking dat ze de enige bult uit de omgeving hier hadden ingelast. Niko bleek helderziend, want hij zei: "als we hier drie of vier keer hebben overgereden zullen we wel anders zingen". En lap, daar gingen we weer, nog eens over een andere zijde op asfalt. Daar was ze, de bevoorrading. Simpel, Frans...

We gingen weer op weg en daalden juist genoeg om die bult nog eens op te klimmen off-road. Nog een stukje bos en daar stonden we plotseling met een aantal bikers te zoeken naar de pijltjes. Niets te vinden links. Niets rechts. Terug omhoog om te ontdekken dat we toch juist bleken te zijn, alleen stonden er onderaan geen pijltjes meer. Plots passeerden daar een tweetal bikers resoluut, alsof ze wisten waar ze naartoe reden. Wij erachteraan, voor de vierde keer de bult op. Ik en mijn grote mond toch! En daar waren ze... de groene pijltjes waren terug! Wijle weer op weg.

Ondertussen hadden we zo'n drie- vierendertig kilometer op de teller en daar kwam toch net iets te veel verhard naar mijn idee. (In Vlaanderen zou dit normaal zijn, maar in Noord-Frankrijk is meer dan vier kilometer road het ogenblik waarop je denkt dat je een afslag heb gemist.) Maar daar gingen we weer, het bos in. Het zag eruit alsof het november was. Modder en ondergelopen paadjes maakten dit toch een stuk lastiger dan je zou vermoeden. Ik haalde mijn arm open aan de braamstruiken, het bloed stroomde langs mijn arm naar beneden, maar Niko had wat last van het mannetje met de hamer op zijn schouder, maar we bleven de andere bikers achter ons houden. In tegenstelling tot anders moest ik zelfs een beetje inhouden, maar ik dacht laat ons nu nog een beetje jagen tot we de volgende bevoorrading tegenkomen.

Toen we al 50 kilometer op de teller hadden kon het toch niet lang meer duren eer we nog een drankje en een stukje fruit kregen. We reden opnieuw het bos van Nieppe binnen op de "Dréve Centrale" en de "Dréve du Broeck" en dat waren er twee van kilometers lang. De eerste liet toe om snelheid te halen, de tweede was baggeren door modder en later door het hoge gras. En dan kwamen we uit het bos in Vieux Berquin. Niks pijlen. Een biker ging zoeken links. Kwam terug. Een andere biker ging terug het bos in. Kwam terug tot op de weg. Plotseling hoorden we over de haag roepen dat we links moesten tot aan het stopteken en dan naar rechts terug naar Merville. Dat deden we dan maar. Onderweg nog gestopt om de drinkbus te vullen, aangezien er nog altijd geen bevoorrading te zien was. Je had die man zijn gezicht moeten zien... mijn arm in het bloed en Niko zag eruit als een levend lijk... Bleek dat we op de weg eerst nog 2 kilometer en dan nog eens 7 kilometer mochten rijden, tegen de wind in, om terug in Merville aan te komen.

De afspuitinstallatie bestond enkel uit twee waterslangen, waardoor we onze machines vuil op de auto gooiden en we snel een broodje en een drankje soldaat maakten. Bleek dat er inderdaad een pijltje te kort was op kilometer 33-34, maar niemand wist wat er fout gelopen was op het einde in het bos. Toch vond ik dit een leuke rit. Zeker 40 kilometer bos, zowel technisch als leuke dreven, maar ook modder en stukjes waar je echt moest opletten. Niko maakte de fout om deze toch lastige rit als eerste echte rit te doen na een paar weken inactiviteit na zijn exploten op de Kluisberg. Mocht deze rit een winterrit zijn, dan reed de helft hem niet uit, maar als zomerrit staat deze terug op de kalender van volgend jaar.

Geert Hinnaert

Auteur: Kenneth Droeshoudt
Linkpartner

Deze site maakt gebruik van cookies om de site optimaal te laten werken.

Cookies zijn kleine bestanden die gebruikt worden om de instellingen van deze site te bewaren.

Cookies vertellen ons niet wie je bent.

Wil je meer weten over cookies, lees dan onze cookie policy