mountainbike.be
07/12/2019
Reisverhalen

Die eerste strandrace: hot or not?

“Ik hang tegen het overgeven aan, mijn benen zijn helemaal leeggelopen, maar plots gaat het tempo voorin de groep omhoog. Lossen is helaas geen optie: de wind waait zo hard dat ik terug Frankrijk in dreig te vliegen als ik alleen zou vallen.” U gelooft het niet, maar toch heeft onze testredacteur genoten van zijn debuut op het strand in De Panne!
© De Panne Beach Endurance
Ik heb inmiddels redelijk wat watertjes doorzwommen als mountainbiker. Verzopen toertochten, marathons in de Ardennen, rittenwedstrijden in het middengebergte, downhillpistes in het hooggebergte: mijn ervaring op dikke banden is intussen vrij ruim. Maar beachraces? Neen, dat niet. Te veel lichtgewicht, te weinig ervaring in het zand, onvoldoende kracht in de ‘kiekebeentjes’, weinig vrije tijd in professioneel drukke winters, geen geschikte fiets: elk excuus was goed om mijn 63 kilogram van het strand weg te houden.

Maar je moet nu eenmaal een eind buiten je comfortzone gaan om de laatste vakjes van je bucket list af te vinken. De Panne Beach Endurance, de ‘Moeder aller Beachraces’, is daarvoor een uitstekende kans: een zeldzame vrije weekenddag in mijn agenda, aanvaardbaar weer, veel deelnemers en een organisatie die het klappen van de zweep kent. Organisatorisch valt er weinig op te merken. Inschrijvingen, toiletten, douches: de capaciteit van de moderne sporthal van De Panne is zo groot dat er nergens lange wachtrijen zijn te zien.

De signalisatie naar de start en tijdens de wedstrijd, die is zo opvallend dat zelfs Stevie Wonder ze had zien staan. En er zijn voldoende nadars en seingevers langsheen het parcours te vinden voor een veilige rit, plus een stellingbrug als extra helling en zelfs houten plankjes om niet lek te rijden daar waar je een stoeprand over moet.

Mountain?

Wat heeft strandracen eigenlijk met mountainbiken te zien, horen we enkele Ardennenbikers denken? Ondanks de tegenstelling in de benaming van beide disciplines, hebben ze wel wat gemeen. Namen als Joris Massaer, Kevin Van Hoovels en Jan-Frederik Finoulst vinden met gemak hun weg van het klimwerk naar het strand, terwijl ook de beachracespecialisten meer en meer de omgekeerde beweging maken en de zomervariant van het mountainbiken ontdekken. Alleen al in de recentste editie van de Mountainbike van Vlaanderen stonden ze met meer dan een dozijn aan de start. Toch wordt het front van iedere strandrace vooral ook door wegrenners bezet die het beachracen als een alternatieve wintertraining zien.

De gespecialiseerde fiets op het strand mag in eerste instantie dan goed lijken op die van het pure mountainbiken, toch verschilt hij uiteindelijk flink als je hem van dichterbij bekijkt: geen achtervering (duh, waarom zou je die nodig hebben), idealiter ook een starre voorvork (of een gelockte voorvering), profielloze en brede banden met een bijzonder lage druk voor een minimale weerstand in het zand, een geometrie die uitnodigt om je zo klein mogelijk te maken door plat over je stuur te gaan hangen, plus een groot voorblad en een racecassette zodat je niet als een gek hoeft rond te peddelen bij rugwind. Want die wind is samen met de stroken door het losse zand de allesbepalende factor.

Kansloos als ik al was door mijn atletisch profiel, besteed ik niet al te veel tijd aan het finetunen van mijn fiets. Op de extrazachte bandendruk na staat die in zomersetting. Ik zal al blij zijn als ik de finish haal (ik zal uiteindelijk heel veel deelnemers uit koers zien verdwijnen met een lekke band, allicht te wijten aan de schelpen op het strand) en dat zonder gedubbeld te worden voor ik aan mijn laatste van drie ronden begin.

60 km/u

De omstandigheden zijn ideaal: de wind waait hard maar niet te hard, het is droog en koud, maar niet te koud. Na enkele minuten koukleumen in de bijzonder ruime startbox krijg ik het in de race al snel lekker warm en mag een jackje uit. De start, wind in de rug, is dan ook furieus. Het ruime peloton gaat over de hardste strook van het strand dichtbij de zee aan 40 km/u richting keerpunt in Bray-Dunes, terwijl we de leiders van ons zien wegsnellen alsof we ter plaatse trappelen. Later verneem ik dat zij de rugwindstroken met snelheden boven de 60 km/u afwerkten.

Na een tiental kilometer koers – nog ruim 40 te gaan – begint de wedstrijd echt aan het keerpunt in Bray-Dunes, het noordelijkste punt van Frankrijk. Als we de wind pal op de snoet voelen, beseffen we pas helemaal hoe hard die blaast. Gelukkig rijden de negenhonderd deelnemers op dat moment nog rond als één lang lint, dat vanaf nu beetje bij beetje versplintert. We draaien bij de terugkeer richting De Panne namelijk geregeld van het strand weg. De looppassages richting duinen, de hellingen en bochten van camping Perroquet, het technisch terugkeren doorheen het losse zand richting zee en enkele flessenhalzen tijdens smalle plankenpassages: ze zorgen voor flink wat breuken in het peloton.

Ik bevind me dichter bij de achterhoede dan bij de kop van de koers, maar amuseer me wel: ondanks het profiel op mijn banden en mijn totaal gebrek aan ervaring kom ik bergaf beter door het losse zand dan veel van de deelnemers rond me. Het is wat mij betreft vooral zaak om er zonder schrik aan te beginnen en zolang mogelijk een bestaand spoor vast te houden. De harde wind zorgt daarnaast voor een interessant tactisch spelletje. Probeer ik het gaatje op de groep vlak voor me te dichten of wacht ik op het ruimere pelotonnetje dat achter me aan komt? Versnel ik op de hellingen van Le Perroquet om een oversteek te wagen? En hoe kan ik de hectiek in de buik van de ruimere groepen in de technische zandpassages vermijden? Wie hersenloos rond ramt, zit met deze wind snel aan het eind van zijn Latijn.

Hot or not?

De stroken met meewind blijken me het minst op het smalle lijf geschreven, maar gelukkig kan ik langs de zee steeds terugvallen op een pelotonnetje dat ik geregeld achter me laat in de loop- en klimpassages. In die groep draagt een sterke biker broederlijk zorg van zijn zus. Ik mag mijn ‘pollekes’ kussen voor de gratis lift die ik krijg op de strandstroken met harde tegenwind, en geraak zo al bij al vlot in de laatste ronde zonder dat de leiders van de wedstrijd me voorbij zijn gestoven. Terwijl de Zwitserse West-Vlaming Johan Jacobs naar de zege snelt, ben ik bezig aan mijn laatste stroken meewind.

Maar aan het laatste keerpunt in Bray-Dunes blaast de harde wind mijn kaars ongenadig uit. De wedstrijd was zo intensief dat ik niet aan eten dacht, ik heb flink wat gezweet en mijn vochtverlies amper terug aangevuld, recuperatiemomenten waren er de voorbije twee uur amper, en mijn conditie zit een heel eind van mijn lente- en zomerpiek. De slotkilometers wegen zwaar door. Ik hang – voor het eerst in bijna twintig jaar intensief sporten – tegen het overgeven aan, mijn benen zijn helemaal leeggelopen, maar plots gaat het tempo voorin de groep omhoog. Lossen is helaas geen optie: de wind waait zo hard dat ik terug Frankrijk in dreig te vliegen als ik alleen zou vallen. Ik ga dan maar nog iets dieper over het stuur hangen, tegen beter weten in. De laatste lange looppassage voor de finish wordt een strompelpassage. De loper in mij heeft samen met de fietser daarnet de geest gegeven, en dus komt de verhoopte positiewinst in die laatste tweehonderd meter er niet meer.

584e op 869 deelnemers: het is behoorlijk zwak voor een 34-jarige biker op competitiegewicht, maar veel doet dat er niet toe. Strandraces blijken een prima warmhouder (letterlijk én figuurlijk) in de winter, ze zijn betaalbaar, voor mij als Oost-Vlaming nog best bereikbaar, een gespecialiseerde fiets blijkt een aanrader maar absoluut geen must, en vooral: zo’n strandrace is echt wel eens leuk. En draait het daar voor ons recreatieve bikers niet allemaal om?

Auteur: Simon Lamon
tags Strandrace De Panne Beach Endurance De Panne Beachrace
Linkpartner

Deze site maakt gebruik van cookies om de site optimaal te laten werken.

Cookies zijn kleine bestanden die gebruikt worden om de instellingen van deze site te bewaren.

Cookies vertellen ons niet wie je bent.

Wil je meer weten over cookies, lees dan onze cookie policy