mountainbike.be
03/11/2019
Events

Waarom ook u geen schrik hoeft te hebben van meerdaagses – part I

Herfst: voor het eerst wolkjes uit de mond bij het fietsen, heerlijk tussen de bladeren door een veelkleurig bos sjezen, én nadenken over uw sportieve doelen voor 2020. Heeft u nog altijd schrik om uw ‘bucket list’ in te korten en aan uw eerste meerdaagse te beginnen? Hoeft niet. En waarom dat niet hoeft, dat vertellen we u in twee artikels.
Tijd om die bucket list in te korten!
© Mountainbike.be
Flashback! La Roche, Belgian Mountainbike Challenge, donderdag 9 mei: ik ben nog maar aan het eind van de startklim van de inleidende tijdrit, of de stoom komt me al uit de oren, er is me al een later gestarte deelnemer of vier voorbij gegaan, en ik zwoeg me kapot op de uitloper van een wandelstrook terwijl één vraag door mijn bovenkamer galmt: is mijn doelstelling dan toch gedoemd te mislukken? Kan dat niet voor een gewone sterveling, de BeMC comfortabel uitrijden zonder doorgedreven training?

Terug naar vandaag: ik sta aan het begin van november met 3650 fietskilometer op de teller (een groot deel daarvan basismiles op de wegfiets), 230 kilometer aan loopjes en wat zwem- en gymtrainingen. Alles bij elkaar goed voor een tweehonderdtal uur sport, op tien maanden tijd. Rekent u zelf maar uit: dat komt op een gemiddelde van nog geen drie kwartier per dag. Daar kan iedere gemotiveerde hobbysporter zich vrij voor maken, toch? Terug naar La Roche: volstaat zo’n bescheiden sportagenda ook om zonder ‘major damage’ de zelfverklaarde ‘Hardest Mountainbike Challenge in de Benelux’ uit te rijden? God weet het, en wij binnen drie dagen ook.

Moddermenu

Dag 2 van de BeMC: de benen zijn na een drukke professionele periode ingereden, ik sta na de tijdrit 279ste van de 372 niet UCI-renners in het klassement, en de weergoden hebben de toon voor de komende drie dagen gezet. Het regende op de openingsdag al pijpenstelen toen het laatste deel starters zijn tijdrit afwerkte, en de hemelpoorten gingen pas vrijdagmorgen toe. Deze editie van de BeMC wordt diegene die ik altijd al eens had willen beleven: eentje waarin we iedere rit modder mogen/moeten smullen. Maar of ik blij ben dat dat net gebeurt als ik met een povere voorbereiding aan de start ben gekomen? Niet bepaald.

Met 80 kilometer tussen La Roche en Manhay, 2500 meter niveauverschil en een paar frisse benen is de eerste rit in lijn de makkelijkste van drie marathonetappes, maar een jaar terug liet ik me er toch aan vangen: toen door een goeie vorm te enthousiast in de beginhelft (waarin het merendeel van de hoogtemeters wordt overwonnen), bij begin van deel 2 een flinke tik op m’n kop. Dat moet nu noodgedwongen anders: mijn weinige krachten doseren, kop niet gek laten maken door het tempo van de rest, flink eten en drinken, en vlot binnenkomen.

Een plan dat, ondanks een enkeldiepe strook modder halverwege, wonderwel lukt. Het gevreesde klopje komt pas laat in de rit, het valt me op hoe snel de finale (die ik vorig jaar nog kop tussen de schouders afwerkte) eigenlijk wel is, en na 5u38 rijtijd kom ik over de streep gebold. Leuke dag beleefd, nog 2 te gaan!

Kolkende Ourthe

Op zaterdag is het al enkele jaren met knikkende knieën uit bed stappen in de BeMC, sinds de koninginnenetappe van zondag naar zaterdag is verhuisd. In 2018 moest ik mijn lichaam én mijn hoofd daarin binnenstebuiten trekken om überhaupt de finish te halen (ik herhaal: met een stuk betere vorm dan dit jaar). En alsof we deze keer nog niet genoeg modder hadden gezien, blijft het pijpenstelen regenen. Weinigen die er dus om malen dat de opdracht van de dag wordt ingekort: goed vijftien kilometer eraf, onder meer de ‘river crossing’ van een kolkende Ourthe (en de kuitenbijters die daarop volgen) eruit, nog een kleine 80 km en 2500 hoogtemeter op de agenda.

Ik en vaste compagnon Nick beginnen er zoals gebruikelijk met de glimlach aan. Het wordt een epische dag die we niet snel gaan vergeten. Na een paar uur zijn we onherkenbaar door de modder, over de slijtage van de fiets onder onze poep denken we best niet te veel na, de afdalingen werken we af onder het motto ‘blij dat ik glij’, en in de loodzware hellingenzone halfweg valt het op dat de rest van het peloton de inspanningen van de voorbije dagen blijkbaar minder goed heeft verteerd dan ik. Zou het dan toch lukken, dit ding vlot uitrijden? Ja, want op het moment dat mijn krachtenarsenaal stilaan is leeggelopen, duikt door de parcoursaanpassing een lange verbindingsstrook op asfalt op. Nick vangt nog maar eens de wind voor me op, en we staan zó weer terug aan de finish. Hupsa, nog één te gaan!

Kan het?

Het is voor de laatste etappe zowaar droog. En maar best ook, want mijn lichaam heeft de voorbije drie dagen blijkbaar toch een knakje gehad. In de startklim merk ik dat de laatste deelnemers wel erg dicht op me volgen, en ook op de hellingen daarna slaat de motor maar niet aan. Het valt me intussen op hoe vlot de vrouwelijke recreatieve deelnemers in deze BeMC rondhossen. Ze zijn wat ons betreft met veel te weinig, maar lijken deze beproeving allemaal zonder noemenswaardige problemen uit te rijden.

Taterend en grappend (zo’n meerdaagse is naast uitdagend fietsen op adembenemend terrein vooral ook heel veel socializen met de andere bikers) vind ik plots ook een aanvaardbaar tempo terug. Ondanks het bijzonder hoge klimgehalte van deze etappe (ruim 2000 hoogtemeter voor een ritje van 60 km, wat mij betreft de meest uitdagende etappe van de vier) en het gebruikelijke tikje van de hamer heb ik ook deze keer de indruk dat ik al bij al gemakkelijk de finish haal. Doel bereikt: een nieuw BeMC-finisher-T-shirt, met een vet modderrandje om in te kaderen. En dat allemaal op basis van een behoorlijk wankele conditie en een matig sporttalent: het kan dus toch!

De voorbereidingstijd en de conditie die u nodig hebt om zo’n meerdaagse tot een goed eind te brengen, die zouden dus geen onneembaar obstakel mogen zijn. Laat u trouwens ook niet afschrikken door het competitieaspect dat wordt gehanteerd: een flink deel van het peloton, inclusief onderstaande, ligt niet wakker van zijn uitslag. Het is hoogstens een voetnoot in een totaalervaring die zoveel meer is dan zomaar een sportwedstrijd.

$$$

De tijd die u in uw trainingen moet investeren, die zou dus geen excuus meer mogen zijn om weg te blijven uit meerdaagses. Maar wat met de kostprijs ervan? Naast de fiets (die komt in deel 2 van deze tweedelige reeks aan bod), is er ook het deelnamegeld van de meerdaagse zelf. Ze zijn intussen met drie, de volwaardige meerdaagses op Belgische bodem. In mei Ardennenwerk tijdens de BeMC in La Roche en de LCMT in Houffalize, in augustus de Mountainbike van Vlaanderen in de Vlaamse Ardennen. Ook de Roc d’Ardenne en Cimes de Waimes bundelen tegenwoordig verschillende MTB-evenementen over een verlengd weekend.

Deelnamegeld komt doorgaans rond de 150 à 250 euro uit (pro tip: schrijf vroeg in, want vaak wordt met stijgende tariefschijven gewerkt), overnachting en maaltijden niet inbegrepen. Lijkt veel voor een toertochtrijder, maar sinds we ook de andere kant van meerdaagses kennen (die van organisator) blijkt dat nog aan de lage kant: de kosten voor seingevers, timing en vergunningen lopen erg hoog op, en het peloton moet door de massastart beperkt worden gehouden om files onderweg te vermijden.

In al de Belgische meerdaagses wordt die deelnameprijs door een ervaren organisatie ingeruild voor een kwaliteitsvolle ervaring. Of het u dat geld waard is, dat is aan u! Maar wacht misschien nog even tot deel 2 van dit artikel…
Auteur: Simon Lamon
tags BeMC Belgian Mountainbike Challenge
Linkpartner

Deze site maakt gebruik van cookies om de site optimaal te laten werken.

Cookies zijn kleine bestanden die gebruikt worden om de instellingen van deze site te bewaren.

Cookies vertellen ons niet wie je bent.

Wil je meer weten over cookies, lees dan onze cookie policy